|
Ras: Border Terriër
Oorsprong: Groot-Brittannië
Gehouden als: Gezinshond
Grootte: 25-28 cm
Gewicht: Reuen 5,9-7,1 kg en teven 5,1-6,4 kg
Kleur: Rood, tarwekleurig, grijs met bruin en blauw met bruin
Vachtsoort: Stugge dichte bovenvacht
Gem. Leeftijd: 13-14 Jaar
Kenmerken:
- Dikke voetzooltjes
- Kleine v-vormige oren
- Rechte voorbenen
- Donkere en alerte ogen
- Brede kop met een korte snuit
Herkomst:
Land van herkomst is het grensgebied tussen Engeland en Schotland, de
Border. Eén van de weinige nog werkende Terriërs. Een kleine,
ruigharige, in zijn oorspronkelijke verschijningsvorm bewaard gebleven
hond. In 1920 als ras erkend.
Algemeen voorkomen: Harmonisch
gebouwd met het uiterlijk van een echte werkhond. Kenmerkend zijn het
otterhoofd en het losse vel, dat de hond beschermt tegen beten en
verwondingen. Atletisch voorkomen, maar nooit grof. Normale beenlengte.
Vacht: Dichte, middelmatig harde bovenvacht met een
zachte en dichte ondervacht. Kleuren: rood, tarwekleurig, grijs met tan
en blauw met tan. Kleine witte borstvlek is toegestaan.
Gebruik: Oorspronkelijk
gefokt voor de jacht op otter, vos, das, marter, enz. Nu een sportieve
familiehond, die een normale hoeveelheid beweging moet hebben.
Gezondheid: Geen ernstige rasgebonden afwijkingen bekend.
Aard: Levendig, oplettend, moedig en schrander. Niet zenuwachtig of agressief. Past zich gemakkelijk aan.
Bijzonderheden: Ongeveer tweemaal per jaar moet het dode haar worden verwijderd door het te plukken. |